← Home

Voor ouders · groep 1–3

Leren tellen: van opzeggen naar écht tellen

Tellen lijkt simpel, maar er zit meer achter dan je denkt. Een kind dat vlot “1, 2, 3…” opzegt, kan nog niet altijd echt tellen. Hieronder de stappen die kinderen doorlopen, de fouten die daarbij horen, en hoe je thuis kunt helpen.

De stappen van leren tellen

  1. Opzeggen (akoestisch tellen). Het kind kent de telrij als een liedje: “1, 2, 3, 4, 5…”, zonder dat er al betekenis achter zit. Een prima start.
  2. Eén-op-één tellen. Bij elk voorwerp precies één getal zeggen en het aanwijzen. Dit is de grote stap: telwoord en voorwerp aan elkaar koppelen.
  3. Resultatief tellen. Snappen dat het laatste getal het totaal is. Tel je tot zeven, dan zíjn het er zeven — je hoeft niet opnieuw te tellen.
  4. Doortellen. Niet meer vanaf 1 beginnen, maar verder tellen vanaf een getal: “Er liggen er al 6… 7, 8, 9.” Dit is de opstap naar optellen.
  5. Terugtellen. Van een getal terug: “10, 9, 8…”. Lastiger, en de basis onder aftrekken.
Tip van Uli 🦉
Laat je kind bij het tellen de voorwerpen echt aanraken of verschuiven. Dat “aanwijzen met de vinger” voorkomt overslaan en dubbeltellen — de twee klassieke telfouten.

Veelgemaakte fouten (en waarom ze normaal zijn)

Wat helpt thuis?

Zo helpt Tovergetallen

In de Zon-wereld (groep 1–3) oefent je kind tellen, doortellen en de eerste sommen, met een maatje dat elke opdracht voorleest en meekijkt. De app past het niveau vanzelf aan, zodat je kind altijd op de goede moeilijkheid oefent — niet te makkelijk, niet te moeilijk.

▶ Probeer gratis

Meer lezen: