Voor ouders · groep 1–3
Leren tellen: van opzeggen naar écht tellen
Tellen lijkt simpel, maar er zit meer achter dan je denkt. Een kind dat vlot “1, 2, 3…” opzegt, kan nog niet altijd echt tellen. Hieronder de stappen die kinderen doorlopen, de fouten die daarbij horen, en hoe je thuis kunt helpen.
De stappen van leren tellen
- Opzeggen (akoestisch tellen). Het kind kent de telrij als een liedje: “1, 2, 3, 4, 5…”, zonder dat er al betekenis achter zit. Een prima start.
- Eén-op-één tellen. Bij elk voorwerp precies één getal zeggen en het aanwijzen. Dit is de grote stap: telwoord en voorwerp aan elkaar koppelen.
- Resultatief tellen. Snappen dat het laatste getal het totaal is. Tel je tot zeven, dan zíjn het er zeven — je hoeft niet opnieuw te tellen.
- Doortellen. Niet meer vanaf 1 beginnen, maar verder tellen vanaf een getal: “Er liggen er al 6… 7, 8, 9.” Dit is de opstap naar optellen.
- Terugtellen. Van een getal terug: “10, 9, 8…”. Lastiger, en de basis onder aftrekken.
Tip van Uli 🦉
Laat je kind bij het tellen de voorwerpen echt aanraken of verschuiven. Dat “aanwijzen met de vinger” voorkomt overslaan en dubbeltellen — de twee klassieke telfouten.
Laat je kind bij het tellen de voorwerpen echt aanraken of verschuiven. Dat “aanwijzen met de vinger” voorkomt overslaan en dubbeltellen — de twee klassieke telfouten.
Veelgemaakte fouten (en waarom ze normaal zijn)
- Overslaan of dubbeltellen: het kind wijst sneller of langzamer dan het telt. Oplossing: samen langzaam tellen en elk voorwerp verschuiven.
- De telrij hapert na 12 of na 20: juist rond “dertien, veertien” en bij de overgang naar een nieuw tiental is het lastig. Extra oefenen in dat stukje helpt.
- Niet resultatief tellen: na het tellen tóch opnieuw beginnen als je vraagt “hoeveel zijn het er?”. Vraag het bewust vaak, dan valt het kwartje.
- Alleen vooruit kunnen: terugtellen komt later en mag je rustig apart oefenen.
Wat helpt thuis?
- Tel de treden van de trap, hardop, elke keer weer.
- Tel tijdens het opruimen: “Hoeveel blokjes gaan er in de bak?”
- Speel spelletjes met een dobbelsteen en verschuif je pion het juiste aantal.
- Tel verder vanaf een willekeurig getal tijdens het wandelen (“We zijn bij 14 — tel jij verder?”).
- Oefen kort en vaak: liever elke dag vijf minuten dan één keer een half uur.
Zo helpt Tovergetallen
In de Zon-wereld (groep 1–3) oefent je kind tellen, doortellen en de eerste sommen, met een maatje dat elke opdracht voorleest en meekijkt. De app past het niveau vanzelf aan, zodat je kind altijd op de goede moeilijkheid oefent — niet te makkelijk, niet te moeilijk.
Meer lezen: