Voor ouders · groep 2–4
Splitsen leren: de sleutel tot vlot rekenen
Splitsen is misschien wel de belangrijkste vaardigheid van de onderbouw. Wie getallen vlot kan splitsen, telt en trekt af zonder te tellen op de vingers. Hieronder wat splitsen precies is, waarom het zo belangrijk is, en hoe je het stap voor stap oefent — met het bekende splitshuisje.
Wat is splitsen?
Splitsen is een getal opdelen in twee kleinere getallen. Zo kun je 7 splitsen in 3 en 4, of in 5 en 2, of in 6 en 1. En andersom: 3 en 4 samen maken 7. Dat samenspel — een getal uit elkaar halen en weer samenvoegen — is de kern van rekenen tot 10 en tot 20.
Waarom is splitsen zo belangrijk?
Omdat bijna al het latere rekenen erop leunt:
- Optellen en aftrekken tot 10 en 20 gaan vanzelf als je de splitsingen kent. 8 + 5 wordt makkelijk: eerst 8 + 2 = 10, dan nog 3 erbij.
- De “vriendjes van 10” (welke twee getallen samen 10 maken: 6 en 4, 7 en 3…) zijn goud waard bij het rekenen over het tiental heen.
- Cijferend rekenen later in de bovenbouw bouwt voort op ditzelfde splitsen in tientallen en eenheden.
Een kind dat de splitsingen tot 10 uit het hoofd kent, heeft daar de rest van de basisschool profijt van.
Het splitshuisje
Op school gebruiken kinderen vaak het splitshuisje: bovenin (het “dak”) staat het hele getal, en in de twee kamers eronder de twee delen. Zo ziet dat eruit voor het getal 7:
Je kunt eindeloos variëren: dekt het dak 7, dan kun je in de kamers 1&6, 2&5, 3&4, 5&2, enzovoort zetten. Zo ontdekt je kind álle manieren om een getal te splitsen.
Oefen splitsen eerst mét materiaal (blokjes, knopen, je vingers), dan met het splitshuisje op papier, en pas daarna uit het hoofd. Die volgorde — van doen naar zien naar denken — laat het echt beklijven.
Stap voor stap oefenen
- Splitsen tot 5 — begin klein en concreet met vijf blokjes.
- Splitsen tot 10 — hier komen de vriendjes van 10 langs; oefen die extra vaak.
- Splitsen tot 20 — grotere getallen, vaak met het tiental als houvast.
Wat kun je thuis doen?
- Verdeel 10 blokjes over twee handen en laat raden hoeveel er in de andere hand zitten.
- Vraag bij het dekken: “We hebben 6 vorken — hoeveel liggen er al, hoeveel nog?”
- Speel “vriendjes van 10”: jij zegt 7, je kind zegt 3.
- Teken samen een splitshuisje en vul de kamers in.
Zo helpt Tovergetallen
Tovergetallen heeft splitsen als apart onderdeel, met stap-voor-stap voordoen wanneer je kind vastloopt. In het pakket Compleet zit bovendien de werkbladenfabriek met printbare splitshuisjes, zodat je kind ook op papier kan oefenen — weg van het scherm, met antwoordbladen voor jou.
Meer lezen: